Zelfs na haar pensioen blijft Mariola Farina (73) aan de slag in het onderwijs, twee dagen per week op de basisschool waar ze vroeger lesgaf. Na 45 jaar op basisschool De Springplank moest ze officieel met pensioen, maar stilzitten zat niet in haar aard. Ze noemt haar werk “mijn hobby”, en dat blijkt uit alles wat ze doet: ze bloeit op wanneer ze iets kan betekenen voor anderen. “Zinvol bezig zijn houdt mij recht”, zegt ze.
Haar levensverhaal kent weinig rustpunten. Na haar eerste huwelijk bleef ze achter “zonder middelen, zonder huis, zonder alimentatie”, verantwoordelijk voor drie kinderen. Bijklussen werd een dagelijkse opdracht, maar ze zwoegde haar gezin door die jaren. Alle drie behaalden ze een diploma. “Dat was mijn doel”, zegt ze. “Geven wat noodzakelijk was, zelfs als dat voor mij twee stappen terug betekende.”
Nu haar kinderen hun eigen leven leiden, blijft Mariola actief. Twee dagen per week springt ze bij in de basisschool waar ze vroeger lesgaf — geen flexi-job, maar een tijdelijke vervanging: ze neemt namelijk de contracturen van een collega met een burn-out over. Op papier kun je dus na je pensioen nog aan de slag in het onderwijs, maar alleen als je voor een specifieke functie wordt aangeworven, niet als flexi-jobber die "even inspringt". Daarnaast werkt ze geregeld als steward in Atlantikwall Raversyde, waar ze bezoekers welkom heet en hen een korte uitleg geeft over de historische site. Wanneer ze over haar twee engagementen praat, klinkt haar stem warm, maar onder die warmte schuilt ook frustratie: geen van die jobs valt onder het flexi-jobstatuut. “Ik dacht: ik werk graag, ik kan iets betekenen. Maar dan komt de belastingbrief, die het voorbije jaar 12.000 euro bedroeg, en val ik achterover.”
"Dankzij het extra werk kan ik me extra's permitteren: mijn nagels laten doen, naar de kapper gaan en naar Puglia reizen."
Terwijl het onderwijs schreeuwt om mensen en ook de cultuursector handen tekortkomt, blijft het administratief te ingewikkeld om senioren als flexi-jobber in te zetten. “Ik weet wat ik goed kan: uitleggen, mensen iets doen begrijpen. Waarom zou ik koffie moeten serveren? Dat zit niet in mijn vingers. Waarom maakt men het ons zo moeilijk? Ze hebben overal volk te kort.”
De school voelt als een tweede thuis. Ze kent de planning, de kinderen, de kleine noden van een plek die ze nooit echt verlaten heeft. “Ik voelde me altijd nuttig daar. Ik hou van uitleggen, van troosten, van iets betekenen voor iemand.” Soms herkent een oud-leerling, nu volwassen, haar en zegt die dat die mede door Mariola staat waar die nu staat. Zulke momenten geven haar vleugels. In Raversyde draait het dan weer om verhalen: militairen, gezinnen, toeristen. “Ik heb nood aan mensen,” zegt ze. “Nuttig zijn, dáár haal ik energie uit.”
Toch blijft ze gaan, vanuit een mengeling van noodzaak en levenslust. Haar pensioen dekt de basis, haar extra werk financiert de “luxe”, zegt ze met een glimlach: nagels, kapper, en vooral de reizen naar Puglia. Daar, bij haar 94-jarige tante, vindt ze rust en herbronning. “Ik moet het niet meer uitstellen,” zegt ze. “Maar eigenlijk zou ik dat geld moeten sparen voor de belastingen. Dat wringt enorm.”
Wanneer ze vooruitkijkt, hoopt ze vooral op eenvoud. Minder fiscale druk, meer ruimte om nog iets van de wereld te zien. Zuid-Afrika, Egypte: dromen die nog altijd zacht gloeien. Maar boven alles wil ze blijven bijdragen. “Ik moet zinvol bezig kunnen zijn”, zegt ze zacht. “Het is niet omdat we de 70 gepasseerd zijn, dat we niets meer kunnen. Laat ons overal voordelig werken. Laat ons iets betekenen, zolang het kan.”

Isabella De Loor(Foto: Ikra Avci) 
Mariola Farina(Foto: Kwinten Deschepper) 
Kris Vanahoorebeke(Foto: Mauro Putman)