Theo Francken grijpt terug naar een uitspraak uit 2024, toen staatssecretaris voor Asiel en Migratie Nicole de Moor (CD&V) dezelfde bewering deed in de Kamercommissie Binnenlandse Zaken. Als N-VA-politicus wil Francken zijn kritisch standpunt over migratie duidelijk maken. Hij benadrukt dat ook Hamasaanhangers ons land binnenkomen via immigratie.
Ik ging op zoek naar de bronnen van deze uitspraak en vond cijfers op zowel Belgisch niveau, van het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS), als op Europees niveau, van het statistiekbureau Eurostat.
Wat zeggen Belgische cijfers?
Een asielaanvraag heet officieel een ‘verzoek om internationale bescherming’. In ons land dient de vreemdeling dat verzoek in bij de Dienst Vreemdelingenzaken (DZV) die het verzoek registreert. Nadat de asielzoeker een vragenlijst heeft beantwoord over zijn motieven geldt het verzoek als officieel ingediend. Het CGVS onderzoekt het dossier en publiceert maandelijks een rapport van het aantal asielaanvragen verdeeld per nationaliteit. De recentste cijfers gaan tot en met eind augustus 2025 en rapporteren 2.025 Palestijnen die een verzoek om internationale bescherming hebben ingediend.
Europese cijfers
De gegevens van het CGVS vertellen niets over de 26 andere EU-lidstaten. Om ze te vergelijken moest ik naar statistiekbureau Eurostat gaan, dat deze gegevens voor alle lidstaten verzamelt in de dataset ‘Asylum applicants by type, citizenship, age and sex’. Ik filterde bij ‘citizenship’ op ‘Palestine’ en kreeg een overzicht van het aantal Palestijnse aanvragen per lidstaat. De dataset is compleet van januari tot en met juni 2025. Daaruit blijkt dat België ongeveer 40 procent van de aanvragen voor zijn rekening neemt (1.510 van de 3.620). De aantallen komen ook grotendeels overeen met de recentste cijfers van het CGVS.
Niet waterdicht
Maar die Europese cijfers kloppen niet volledig. Wat opvalt, is dat veel EU-lidstaten 0 Palestijnse aanvragen rapporteren. Jan De Schutter van het European Migration Network wijst erop dat de meeste EU-lidstaten Palestina niet erkennen als staat. Hun registratiesystemen laten niet altijd toe om ‘Palestina’ als nationaliteit te registreren. Hierdoor verschijnen ze mogelijk onder ‘staatloos’ in de dataset. “Dat leidde 10-20 jaar geleden ook tot onduidelijke cijfers over Palestijnen in België”, voegt Ruben Wissing, doctor-assistent aan de onderzoeksgroep Migratierecht van Universiteit Gent toe.
Waarom België zo’n groot aandeel heeft
Hoewel het exacte aandeel lager ligt dan de helft, blijft België wel de populairste bestemming. Volgens Wissing is een mogelijke verklaring dat ons land een goede reputatie heeft opgebouwd voor het beschermen van Palestijnen. Palestijnen hebben een specifiek eigen statuut in het internationale vluchtelingenrecht. Ze kunnen in hun regio (Gaza, Libanon, Syrië of Jordanië) bescherming krijgen. Als ze daar al vluchteling zijn komen ze in principe niet meer in aanmerking voor bescherming bij ons, tenzij deze bescherming in de regio niet langer toegankelijk is. “In België is dat geregeld en terecht zo beoordeeld waardoor Palestijnen hier een statuut kregen dat ze in andere lidstaten soms niet kregen”, luidt het.
Conclusie
De claim dat België de helft van de Palestijnse asielaanvragen ontvangt van de Europese Unie is niet correct. Cijfers duiden op 40% en omdat Palestijnen soms als 'staatlozen' geregistreerd worden ligt het werkelijke aantal nog lager. Maar het brede beeld dat dit een opvallend groot deel is blijft overeind. Er zijn verschillende speculaties over de oorzaken, maar de voornaamste is dat België in het verleden vaak bescherming bood terwijl andere EU-lidstaten dat niet deden.