Agnes Goyvaerts: op pensioen maar nog niet vergeten

Agnes Goyvaerts blikt terug

Agnes Goyvaerts blikt terug

 

Agnes Goyvaerts (67) was jarenlang aan de slag bij De Morgen als lifestylejournaliste en werkt nog steeds als freelancer voor verschillende bladen. Ze was een van de pioniers die de lifestylewereld een plaats gaven in de mediasector. Toch verkoos ze altijd haar plekje bij De Morgen boven een job bij een vrouwenblad. “Ik kon maar niet begrijpen dat niemand bij Libelle geïnteresseerd was in het nieuws.”

Scoop: Hoewel u Romaanse filologie gestudeerd heeft, bent u toch in een heel andere sector terechtgekomen.

Agnes Goyvaerts: “Bij ons thuis was het vanzelfsprekend dat iedereen in het onderwijs zou gaan. Ik heb eerst Romaanse Talen gestudeerd en daarna ben ik gaan lesgeven. Eerlijk gezegd, dat was niet mijn ding. Ik ging liever iets drinken in ’t Keetje, een café naast de Vooruit. Daar zaten journalisten van dagblad Vooruit, dat gevestigd was naast het café. Ze zochten iemand om hun kinderpagina ‘Het jonge volk’ te vullen. Het waren heel revolutionaire tijden en ik wou de hele pagina moderniseren. Ik heb dat toen veranderd naar ‘Kinderkaffee’. Gaandeweg werd ik gevraagd voor een regionaal artikel.  Dat ging zo goed dat ik na een tijd mijn werk in het onderwijs heb opgezegd om fulltime te freelancen. Ik was toen vooraan in de twintig.”

Scoop: Was het een logische stap voor u om voor De Morgen te gaan werken nadat het dagblad Vooruit had overgenomen? 

Goyvaerts: “Ja, ik ben blijven freelancen voor de Morgen en na een tijd heeft Paul Goossens me vast in dienst genomen. Ergens was het logisch dat ik voor de Morgen zou werken omdat hun ideologie het best bij de mijne paste.”

De lifestylewereld is niet hard, tenzij je kritisch bent

Libelle

Scoop: Heeft u ooit met het idee gespeeld om voor een andere krant te schrijven?       

Goyvaerts: “Tijdens het faillissement van Vooruit kreeg ik heel veel aanbiedingen om magazines te maken voor een krant, maar uiteindelijk heb ik besloten om in 1987 bij Libelle te gaan werken. De toenmalige hoofdredacteur van Libelle speelde met het idee om het magazine een wat hipper imago aan te meten. Ik heb daar toen een jaar gewerkt, maar het bleek al snel dat een vrouwenblad toch mijn ding niet was. Om 13 uur liep ik steevast naar de radio om naar het nieuws te luisteren. Ik was de enige die dat deed en kon maar niet begrijpen dat de andere medewerkers gewoon niet geïnteresseerd waren. Ik was enorm opgelucht dat ik weer bij de Morgen aan de slag kon.”

Agnes Goyvaerts

Goyvaerts nog met typmachine op de redactie van De Morgen in 1982. Eigen inzending.

Scoop: Uw hele carrière richtte zich voornamelijk op lifestyle. Was dat een bewuste keuze?

Goyvaerts: “Ik heb eerst lang de regioberichtgeving gedaan bij Vooruit. Daarna ben ik coördinator geworden van de katern binnenland en uiteindelijk heb ik een tijdje de hele krant gecoördineerd. Ik had wel al een soort lifestylerubriekje met een feministische insteek waarin ik schreef over mode en fait divers. Op een bepaald moment vroegen ze mij om de achterpagina te vullen die toen ‘Ten Slotte’ heette. Sommige dagen kreeg ik de hele pagina gevuld, andere dagen stond er enkel een advertentie. Dat was vooral improviseren, maar hier kreeg lifestyle voor de eerste keer echt een plaats in de krant.”

Scoop: Wat vond u het leukste aan lifestylejournaliste zijn?

Goyvaerts:  “Je komt op plaatsen waar je anders nooit zou komen. Dat is gewoonweg formidabel.
Een van de mooiste dingen aan mijn job was dat ik de Belgische ontwerpers van in het begin van hun carrière heb leren kennen. Ik zag hun eerste successen van dichtbij en op een bepaalde manier groei je daarin mee. Op hun beurt beginnen de ontwerpers jou ook te vertrouwen en dat is heel leuk.”

Scoop: U heeft veel grote modeontwerpers ontmoet. Van wie was u het meest onder de indruk?

Goyvaerts: “Een van de tofste mensen die ik heb mogen ontmoeten was Christian Lacroix. Giorgio Armani heb ik ook een paar keer gesproken. Het is niet te geloven hoe georganiseerd die man is, op het abnormale af zelfs. En ik heb ook een paar keer ‘de onzichtbare’ Martin Margiela gesproken.”

Koken

Scoop: Later besprak u restaurants. Hoe kwam u in de culinaire wereld terecht?

Goyvaerts: “Vooral uit persoonlijke interesse. Dat was in de tijd dat ik de achterpagina ‘Ten Slotte’ maakte. Op vakantie in Parijs zag ik dat alle warenhuizen plots startten met een brasserie. Daarom maakte ik een artikel over Parijse brasserieën. Toen ik later af en toe over restaurants begon te schrijven, merkte ik dat onze lezers daar toch zeer geïnteresseerd in waren. Ik ben dat dan op wekelijkse basis gaan doen.”

Scoop: Een recensie kan niet altijd positief zijn. Heeft u ooit al boze telefoontjes gekregen?

Goyvaerts: “Er is maar één persoon die me ooit heeft opgebeld en dat is Jeroen Meus. Dat was lang voordat hij bekend was. Hij was enorm kwaad maar dat was ook wel gegrond want ik had een fout geschreven in mijn recensie. Soms hoorde ik via via dat bepaalde restaurateurs niet meer wilden dat ik langskwam. Dan heb ik liever dat ze me de huid vol schelden.”

Afstand houden

Scoop: De modewereld is een harde wereld. Geldt dat ook voor journalisten in die sector?

Goyvaerts: “Als buitenstaander ziet alles er erg feeëriek en fantastisch uit, maar je moet dat nuanceren. Eerst en vooral is het nodig dat je afstand houdt. Het is onmogelijk om in alles mee te gaan. Je kan je bijvoorbeeld elke week laten uitnodigen door Cartier en Vuitton, voor defilés, feestjes of de opening van een nieuwe winkel. Op die manier is iedereen tevreden maar dat vind ik geen journalistiek. Als je daarentegen kritisch probeert te zijn, is het inderdaad een harde wereld. Mijn grote voorbeeld, Suzy Menkes, die voor de Herald Tribune en de New York Times schreef, heeft een keer een artikel geschreven over de beroemde Chanelhandtassen die uit de mode zouden zijn. Op dat moment heeft Chanel haar de toegang tot hun defilés verboden. Je moet dus wel degelijk stevig in je schoenen staan.”

Goyvaerts in haar appartement met de eerste modebijlage van De Morgen: “Toen het boekje af was, waren we heel trots.”

Goyvaerts in haar appartement met de eerste modebijlage van De Morgen: “Toen het boekje af was, waren we heel trots.” Eigen inzending.

Scoop: Is er een artikel dat u heeft gemaakt waarvan u vindt dat het boven al uw andere artikels uitsteekt?

Goyvaerts: “In het begin van mijn carrière heb ik een voorpaginastuk gemaakt over een fraudeaffaire. Het was de eerste keer dat ik echt een eigen primeur had en de Volksgazet heeft dat toen op zijn voorpagina overgenomen. In mijn lifestyleperiode was ik bijzonder trots op het interview met Rei Kawakubo, de ontwerpster van Comme des Garçons. Ik was erg zenuwachtig omdat ze nooit interviews geeft en ze ook geen woord Engels of Frans spreekt. Het zweet liep me van de armen. De Japanse tolken gaven altijd een zeer lang antwoord hoewel Kawakubo zeer kort was. Eigenlijk wist ik nooit of de tolken wel letterlijk vertaalden. Ik heb met Stephan Vanfleteren en Filip Claus de eerste modebijlage gemaakt in de hoogovens van Charleroi zonder professionele modellen. Ik ben daar nog altijd trots op, al ziet dat er vandaag niet uit, zo slecht gedrukt.

Scoop: Welke aspecten aan de journalistiek vindt u absoluut niet leuk?

Goyvaerts: “Ik weet nog dat we van Paul Goossens bij De Morgen niet mochten specialiseren. We moesten alles kunnen. Vooraan in de krant hadden we drie pagina’s ‘Focus’, over het nieuwsitem van de dag. Ik herinner me een duikboot die was aangevallen in Israël. Ik moest erover schrijven, maar ik kende daar niets van. Dan maar rondbellen naar professoren om uitleg te krijgen. Dat was vervelend maar het heeft  mij wel over een drempel geholpen om meer te durven. Een ander minpuntje was dat het werk nooit stopte. Wanneer je thuis kwam na het werk, keek je meteen naar het nieuws. Stond je ’s morgens op, las je meteen de kranten. Je had geen moment rust om even uit die wereld te ontsnappen.”

Scoop: Wat vond u het tofste om te doen als journalist?
Goyvaerts: “Interviewen, zonder twijfel. Ik ben zelf geen babbelkous maar ik luister heel graag naar mensen. Als je dan het gevoel krijgt dat de mensen je beginnen te vertrouwen en je misschien wel dingen vertellen die ze nog aan niemand anders hebben verteld, is dat zeer mooi. Ik sleutel ook graag aan mijn teksten tot het allemaal zo goed mogelijk klinkt.”

Het is jammer dat journalisten steeds minder buitenkomen

Mediaveranderingen

Scoop: Heeft u veel veranderingen gezien in het medialandschap?

Goyvaerts: “De dood van koning Boudewijn was een groot kantelmoment in de journalistiek. We hebben toen voor het eerst een bijlage gemaakt. Vanaf dan zijn andere kranten dat ook beginnen te doen. Daarnaast gaan redactie en marketing nu hand in hand terwijl die twee vroeger gescheiden werden door een grote muur. Alles is nu ook veel meer top-down. In het begin van mijn carrière had ik mijn speeltuin waarin ik mocht doen wat ik wou. Nu wordt alles veel meer gecontroleerd. We maakten een krant voor onszelf, voor mensen van ons gedachtegoed. Er was helemaal geen sprake van een commerciële kant. Vandaag is dat ondenkbaar geworden.”

Scoop: Heeft de digitalisering van de kranten volgens u schuld aan de mediacrisis?

Goyvaerts: “De opkomst van het internet heeft de mediawereld alleszins op zijn kop gezet. Ik merk dat jonge mensen vandaag het nieuws anders volgen dan vroeger. Dat is eigen aan de tijd. Ik heb daar geen waardeoordeel over. Zelf lees ik nog altijd het liefst de papieren krant. Ik ben er ook van overtuigd dat papier nooit zal verdwijnen. Zeker de magazines niet.”

Scoop: Vindt u het gebruik van sociale media een meerwaarde?

Goyvaerts: “Ik vind van wel. Ik erger me wel eens aan mensen die al hun frustraties de vrije loop laten en beginnen te schelden op sociale media, maar ik kom er ook heel vaak dingen tegen die ik anders nooit zou hebben opgevangen.”

Scoop: Vindt u dat de kwaliteit van de journalistiek achteruitgaat?

Goyvaerts: “Moeilijk om te zeggen. Er wordt soms iets te licht over sommige zaken gegaan. Ik heb het gevoel dat er veel minder diep gegraven wordt dan vroeger.”

Scoop: Op de redacties zelf is het aantal journalisten ook sterk afgenomen. Denkt u dat die trend zich zal blijven voortzetten?

Goyvaerts: “Toen ik begon te werken waren we met nog veel minder journalisten. Als kranten fuseren, is het onvermijdelijk dat het aantal journalisten afneemt. Wat me wel opvalt, is de verjonging en vervrouwelijking. Ook merk ik dat journalisten steeds minder buiten komen. Dat is jammer. Een van de eerste dingen die wij leerden was een netwerk opbouwen. Na een tijdje hadden wij een agenda vol telefoonnummers. Ik heb de indruk dat journalisten daar nog maar weinig mee bezig zijn. Misschien zie ik het iets te zwart, maar dat is toch mijn gevoel.”

Scoop: Doet u nu nog journalistiek werk?

Goyvaerts: “Ik schrijf nog een wekelijkse rubriek voor De Morgen. Voor het magazine van De Morgen maak ik nog vaak reportages. Knack Weekend vraagt me regelmatig om interviews af te nemen. Onlangs heb ik ook iets gedaan voor Culinaire Ambiance en af en toe maak ik nog iets voor Elle. Daarnaast interviewde ik voor Weekend Knack een Britse filosoof die een boek had geschreven over onze relatie met eten, maar dan vanuit een filosofisch standpunt. Zeer verrijkend allemaal.”

Amélie Snoeck en Dimas Saelens

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *