“Een café openhouden is ook opvoeder zijn”

Tania Vispoel en Kristof Van Cauwenberghe in hun eigen zaak, ’t Plankierke. (Foto: Ann-Sophie Van Baeveghem)

 

Het is woensdagnamiddag en ’t Plankierke zit bomvol. Kristof Van Cauwenberghe (36), de zaakvoerder, staat met een brede glimlach achter de toog van zijn café. Ongeveer één jaar geleden gooide hij zijn leven om. Vijftien jaar lang was hij opvoeder in De Heide, een centrum voor mensen met een niet-aangeboren hersenletsel. Hij gaf zijn job als opvoeder op en werd cafébaas. Zijn zaak was vanaf dag één een groot succes, iets wat Van Cauwenberghe nooit had durven dromen. Zijn vrouw gaf noodgedwongen haar werk op om bij te springen in het café. Vandaag zijn Van Cauwenberghe en zijn vrouw Tania Vispoel gelukkiger dan ooit in ‘t Plankierke.

Net vandaag, voor de aanvang van de drukste dagen van ’t Plankierke, is de vrouw van Van Cauwenberghe ziek geworden. Dat is duidelijk voelbaar, hij moet zich in twee plooien om alle klanten op tijd de bedienen. “Dat vind ik niet erg”, lacht Van Cauwenberghe terwijl hij in sneltempo glazen staat af te wassen. “Ik heb het liever wat drukker, zodat ik bezig blijf. In De Heide was dat ook het geval. Steeds bezig met de mensen, nooit een moment van rust. Toch mis ik het niet. Als ik nu opsta heb ik veel meer zin om te gaan werken. Een shift van negen uur leek vroeger een eeuwigheid. Nu werk ik soms achttien uur op een dag. Het voelt gewoon niet als werken omdat ik het zo graag doe.”

Een shift van negen uur leek vroeger een eeuwigheid. Nu werk ik soms achttien uur op een dag.

In april zal ’t Plankierke exact één jaar open zijn. Met de komst van de nieuwe zaak kreeg Het Neerhof, het café om de hoek, er een grote concurrent bij. “Ik was zelf tien jaar lang kelner in Het Neerhof. Toen ’t Plankierke opende was dat voor de uitbaters van Het Neerhof niet aangenaam. Ondertussen zijn alle plooien gladgestreken en werken we zelfs samen op Moortsele kermis.”

Succesverhaal

“Jammer dat ze hier nu vandaag niet is, mijn vrouwtje. Het klikt echt goed tussen ons achter de toog, wat een enorm voordeel is. Ik ben haar nog steeds ongelofelijk dankbaar dat zij haar job op De Heide heeft willen opgeven om mij hier te helpen in het café. Ik had nooit verwacht dat dit zo’n succesverhaal zou worden dus ik kon haar hulp meer dan gebruiken. Zij kwam ook met goede ideeën. Op zondag kun je hier zelfgemaakte ontbijtkoeken eten. In de zomer serveren wij tapas. Ook die maakt ze zelf. Dat is echt haar ding.”

Naast de koffiekoeken en de verse tapas is ’t Plankierke een goed voorbeeld van een typisch bruin café. “Geweldig toch? Ik vind echt dat dat z’n charmes heeft zo’n gezellig café waar je na een lange werkdag achter de toog kan neerzakken. Die gezelligheid vinden we belangrijk. De inrichting is ook geïnspireerd op de jaren 70, dat is een gemeenschappelijke interesse van mijn vrouw en mezelf.”

In het achterhoofd

Het is al een jaar geleden dat de zaak opende maar Van Cauwenberghe denkt nog regelmatig aan De Heide. Hij liet er een groot deel van zijn leven achter en hij had er een goede band met zijn collega’s. “Een café openhouden is ook een beetje opvoeder zijn. Dat is ook wat mij aantrekt in de job. Hier wordt er ook eens een chocomelk omgestoten. Dat gebeurde op De Heide ook. Het is een kwestie van kalm blijven. Er zijn ergere dingen in het leven dan dat er eens een dronken man aan mijn toog hangt of dat er iets wordt gemorst. Ik heb in De Heide veel andere miserie gezien. Die dingen neem ik mee uit mijn vorige job en houd ik in het achterhoofd.”

De kalmte bewaren is in beide jobs belangrijk

Van Cauwenberghe heeft geen kinderen maar hij is al volop bezig met de opvolging voor zijn café. Naar eigen zeggen wil hij de zaak graag in de familie houden. “Mijn zus heeft twee kinderen. De jongste, zie ik wel cafébaas worden. Ik herken mezelf volledig in hem.Hij is sociaal, goedlachs en is niet bang om zijn handen vuil te maken. Hij zou misschien wel een geschikte kandidaat zijn om ‘t Plankierke over te nemen.”

 

 

De auteur