Het voordeel van de twijfel

| Dit artikel past in een opdracht voor studenten uit het derde jaar met als onderwerp scoop.

In de Gentse stadsrand heeft Ides Debruyne een oase van rust geschapen. De ideale omgeving om de krant traag te lezen. Want twijfel mag. Foto: Willem De Maeseneer

 

Goede journalistiek is gebaat bij twijfel en tegenspraak. Reflectie over wat zich voordoet als vanzelfsprekend en over de eigen vooringenomenheid. Is daar nog voldoende ruimte voor in tijden van commerciële druk en breaking news stories? Twee scherpe geesten beoordelen de Vlaamse verslaggeving op haar twijfelfactor.

Oudejaarsnacht 2015. In Keulen worden meer dan duizend vrouwen aangerand of bestolen. Het duurt enkele dagen voor het nieuws naar waarde geschat wordt. Dan wordt al snel de recente instroom van Syrische vluchtelingen als oorzaak gegeven. Na maanden politieonderzoek zal blijken dat het vooral om Noord-Afrikaanse migranten ging. Keulen wordt een keerpunt in het vluchtelingendebat. Een hele groep werd geassocieerd met misdrijven waar zij nauwelijks bij betrokken was.

Twijfel is de basis van mijn bestaanIdes Debruyne
Keulen, begin januari 2016. De verslaggeving hierover was duidelijk gebaat met meer twijfel. Hoe is zoiets kunnen gebeuren?

Ides Debruyne: “Tijdsdruk natuurlijk, de klassieke media werden opgejut door de sociale media. Het idee is dat wie de primeur heeft, het beste medium is. Neen! Je bent het beste medium en je schept het meeste vertrouwen als je de beste informatie hebt.

Ides Debruyne is directeur van Journalismfund.eu (vroegere Fonds Pascal Decroos). De non-profitorganisatie bevordert diepgravende kwaliteits- en onderzoeksjournalistiek, onder meer door interessante projecten financieel te steunen.
 

We moeten afstappen van het breaking news-fenomeen. Neem toch de tijd om alles te checken. Hoeveel slachtoffers zijn er? Wie zijn het? Wat is er juist gebeurd? Soms volgen de klassieke media te makkelijk wat op sociale media wordt gezegd.”

Hoe kunnen we dat proces tegengaan?

Debruyne: “Investeren in opleiding en reflectie, of twijfel, zo je wilt. Nieuws checken, je zou denken dat het een basisvaardigheid is voor een journalist, maar ik zie daar nog veel ruimte voor verbetering. Wat zijn de betrouwbaarste bronnen? Hoe vind je ze? Wie zijn de personen achter bepaalde Facebookprofielen? Journalisten komen vaak terecht in de communicatiestrategie van bepaalde organisaties. Ze moeten zich daarvan bewust zijn en dat vermijden. Twijfel is daarbij heel belangrijk, maar er zijn nog andere methodes en technieken. Journalistiek is een intellectuele bezigheid en je hebt constante training nodig.

In Scandinavische landen hebben journalisten jaarlijks het recht om een week vrij te nemen om een opleiding te volgen. Dat moet hier ook in een cao gegoten worden. Reflectie en opleiding zijn essentieel.”

Bent u zelf een twijfelaar?

Debruyne: “Het is de basis van mijn bestaan! Zonder twijfel val je in slaap. Maar op het einde van de dag moet je wel besluiten nemen. Twijfel moet je cultiveren. In de journalistiek betekent dat: nooit uitgaan van vooronderstellingen of van zekerheden. Twijfelen aan de woorden van politici bijvoorbeeld, dat is een absolute must. Dat zie ik veel te weinig in de klassieke media. Als vierde macht moet je elk statement van politici verifiëren. Jammer genoeg kijken we te vaak naar wat politici zeggen en veel te weinig naar wat ze doen.”

Uit de journalistenenquête van 2013 blijkt dat verslaggevers overheden en politici nog steeds als zeer belangrijke bronnen beschouwen. Uit eerder onderzoek blijkt ook de grote invloed van pr-bureaus en persagentschappen op de berichtgeving. Stellen journalisten hun bronnen voldoende in vraag?

Debruyne: “Ik zie toch een zeker onthechting van de politiek. Het feit dat De Standaard door het politiek establishment als een luis in de pels wordt gezien is een goede zaak. Het betekent dat ze kritischer zijn voor politici. Die kunnen daar moeilijk mee om omdat ze het niet gewoon zijn.”

“In het algemeen zijn de klassieke media nog te afhankelijk van officiële bronnen.  Verslaggeving over politiek moet zijn: Wat zijn de keuzes? Wat zijn de gevolgen als deze of gene aan de macht komt. Het beleid moet gefileerd worden. Visualiseer de begroting! Hebben al die commentatoren de begroting al eens gezien? Ik vraag mij dat af. De Europese klimaatrichtlijnen, worden die nageleefd? Hoe zit het met de zure regen en met de boomkap? Die data liggen voor het grijpen en je kan daar prachtige visualisaties van maken. Deredactie.be zou daar een voortrekkersrol in moeten spelen. Ik vind dat ze veel te weinig gebruikmaakt van wat er technologisch en intellectueel mogelijk is.”

“Bronnen die ook meer in vraag moeten gesteld worden, zijn peilingen. Als je peilingen brengt moet je een notie hebben van statistiek. Te vaak echter worden ze journalistiek en niet statistisch geïnterpreteerd. Op die manier worden peilingen vaak self-fulfilling prophecies. Ik ben wel voor doorgedreven statistisch onderzoek, maar dan grondig en gefundeerd. We moeten meer gebruik maken van academische kennis. Ik pleit voor het implementeren van de wetenschappelijke methode in de journalistiek.”

“En we moeten meer in debat gaan met het publiek. We hebben nog nooit zo’n hoogopgeleid publiek gehad. Soms weet de lezer veel beter dan de journalist waarover het gaat. Een soort digitaal intellectueel salon waarin je met die lezer in gesprek gaat. Die mogelijkheden zijn er.”

Twijfelen betekent ook zelfreflectie. De Standaard had ombudsman Tom Naegels, het Fonds Pascal Decroos de website mediakritiek.be. Beide zijn gestopt. Houden de media zichzelf nog een spiegel voor?

Debruyne: “Ik zie positieve trends op het vlak van metajournalistiek. Apache heeft de rubriek mediakritiek. Er zijn onafhankelijke initiatieven zoals MO*, DeWereldMorgen.be. Binnen de Vlaamse beweging is er Doorbraak. SCEPTR.net is gelanceerd. Hoewel ze soms gekleurd zijn, zijn deze initiatieven stuk voor stuk een verrijking van het medialandschap. Ze kunnen vanuit de marge kritiek geven op klassieke media.  Je ziet journalistieke reflectie.

Maar ook binnen een redactie moet er ruimte zijn om te analyseren. We moeten standaarden en ambities uitzetten. We moeten ons durven afvragen: Wat kan een medium in Vlaanderen technologisch en intellectueel? Wat zijn onze doelstellingen voor kwaliteit? Voor de VRT zou dat kunnen zijn: op elk kanaal vijf eigen onderzoeksjournalistieke verhalen publiceren per jaar. Maak daar een quotum van. Journalisten moeten daarvoor meer strijd voeren.”

Wil je wel eens analyseren alsjeblieft?!Geert Van Istendael

Geert van Istendael woont nog steeds op een steenworp van de VRT-toren. Hoewel hij geen journalist meer wil genoemd worden, bekijkt hij het vak nog steeds met argusogen. Foto: Tim De Couvreur

Geert van Istendael: “De twee grote wendingen in mijn beroepsleven waren eigenlijk totaal geen doordachte beslissingen. Die waren redelijk impulsief. In 1977 werd ik eruit geflikkerd bij het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek. Door puur toeval heb ik dan meegedaan aan het journalistenexamen van de toenmalige BRT. Een oude vriend van mij schoof mij de inschrijvingspapieren in handen en zei: ‘dat is iets voor jou, niet voor mij.’ En zo was ik vertrokken voor vijftien jaar in de journalistiek. Voordien had ik niets met het vak! 
Gewezen journalist en nieuwslezer Geert Van Istendael is nu zelf kritisch nieuwsconsument, opiniemaker en schrijver. Maar bovenal, verwoed twijfelaar. Of toch niet?

De tweede keer was in 1993. Op een redactievergadering kwam ik in conflict met Gui Polspoel. Ik had als eindredacteur zijn belangrijkste onderwerp niet als eerste hoofdpunt gezet. Hij werd kwaad, dat was heel stormachtig. Ik had dat voordien al meegemaakt en had hem toen gezegd: ‘als je dat nog één keer doet, ben ik weg’. En zo geschiedde dus, ik ben opgestaan en zei: ‘Gui, ik heb je gewaarschuwd. Ik ga nu naar huis!’. En toen voegde ik daar een zin aan toe, zonder nadenken: ‘En ik kom nooit meer terug!’ En dat was het einde van mijn journalistieke carrière (lacht).

Voor alle duidelijkheid, er is helemaal geen conflict meer tussen mij en Polspoel hoor.

Beide gebeurtenissen zijn eigenaardig, want ik koester de twijfel wel. Het is filosofisch gezien een zeer goede eigenschap, met enig voorbehoud: als twijfelen je afhoudt van noodzakelijk handelen. Op een zeker moment moet je de twijfel opzijschuiven.”

Onlinenieuws wordt à la minute gemaakt. Hebben journalisten in die mallemolen nog voldoende tijd voor twijfel?

Van Istendael: “Het grote probleem is nu selectie. Het ideologische gehalte van de selectie is veel groter dan vroeger. De selectie, de rangorde van belangrijkheid alleen al geeft een bepaalde mening weer. Dat is nooit echt neutraal. Bijvoorbeeld: Ik vind dat er in de verslaggeving onevenredig veel belang gehecht wordt aan het Israëlisch-Palestijns conflict. In Jemen worden ze neergemaaid als vliegen. Daar hoor je nauwelijks iets van. Hetzelfde met het uitmoorden van de Rohingya in Myanmar, of een gelijkaardige situatie met de moslims in de Filipijnen. Misschien komt dat door een gebrek aan achtergrondkennis. Het Israëlisch-Palestijns conflict, hoewel enorm complex, is zeer uitgebreid gedocumenteerd.”

Journalistiek betekent ook: nadenken over wat nieuwswaardig is. Wat vindt u als opiniemaker van meningen die nieuws worden?

Van Istendael: “Ik ben van de oude school: Facts are sacred, opinion is free. En scheid ze alsjeblieft. Dat gebeurt wel. Maar opinies die nieuws worden, en waarvan de auteurs dan in televisie-uitzendingen uitgenodigd worden… Daarvoor moeten die stukken toch al heel baanbrekend zijn hoor. Niet als Dedecker kwaad wordt omdat hij op de gewestwegen geen 70 meer mag rijden. Die mocht het gaan uitleggen in het VTM Nieuws. Maar dan moet je niet Dedecker binnenhalen, maar verkeersdeskundigen. Die kunnen de maatregel duiden.. Opiniestukken worden te snel opgepikt.”

En wat vindt u van politici die via een column een platform krijgen?

Van Istendael: “Helemaal verwerpelijk! Politici moet je interviewen, je moet ze proberen te laten struikelen. Je moet ze informatie ontfutselen die ze eigenlijk niet willen geven. In opiniestukken en columns kunnen ze hun mening ventileren zonder tegenspraak. Daarvoor hebben ze blogs, of vroeger de partijblaadjes. De inflatie van opiniëring is een probleem.”

In mei 2013 ondertekende u mee een open brief van PEN Vlaanderen die de commerciële logica van de media aanklaagde. De brief pleitte voor meer onderzoeksjournalistiek, wil meer duiding en minder opiniëring, meer buitenland- en Europaberichtgeving en minder tunnelvisie in de Wetstraat. Zijn we ondertussen wat opgeschoten?

Van Istendael: “De problemen die we daar aankaarten zijn niet meer de grote problemen. Intussen zijn er zaken die ik helemaal niet zag aankomen. Het eindeloze terrein van sociale media, waar de meest fantastische wilde geruchten op circuleren als naakte waarheid. Bijvoorbeeld dat de campagne van de Amerikaanse Democratische Partij beïnvloed werd door nepnieuws van enkele jonge kerels uit een Macedonische provinciestad. Dat is toch te gek voor woorden!

Ik zie dat er wel meer aandacht voor Europa is. Al ben ik mij al jaren aan het ergeren aan die berichtgeving. Veel te conformistisch! Neem de berichtgeving over de Griekse schuldencrisis. In onze kranten las ik een verbijsterende onderdanigheid tegenover de standpunten van Schäuble en Dijsselbloem. Tsipras en Varoufakis werden bijna constant als linkse extremisten weggezet. Het partijprogramma van Syriza is niet extremistisch. Analyseer dat eens, alsjeblieft?! Ben je wel al eens in Griekenland geweest?! Maar aan sommige krachten mag je blijkbaar niet twijfelen in de verslaggeving…”

Lees verder in Scoop
Dit artikel komt uit in de nieuwe Scoop, het magazine van de Bachelor Journalistiek.

Lees Scoop

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *