Is het rashondenbeleid van de Vlaamse Overheid te laks?

| Dit artikel past in een opdracht voor studenten uit het eerste jaar met als onderwerp cmp - creatieve & ondernemende professional.

Verschillende rashonden lopen aan de leiband.

Verschillende rashonden lopen aan de leiband. pexels-blue-bird-7210754 (1)

 

Mopshondjes die knorren uit ademnood. Duitse herdershonden die manken door extreme heupproblemen. Teckels met een hernia. Wie een rashond in huis haalt, haalt een dier met ernstige gezondheidsproblemen in huis – ook al haal je die bij een erkende fokker. Moet het rashondenbeleid van de Vlaamse Overheid strenger?

Stoer of schattig, de rashond is razendpopulair. Je hoort en ziet ze elke dag op de hondenweide en in het straatbeeld, op sociale media en TV. Steeds meer mensen kopen een raszuivere hond, maar weten eigenlijk niet wat ze in huis halen. Want naast hun aaibaarheidsfactor, zijn bij veel hondenrassen ziektes en aandoeningen “eigen aan het ras”. Je hond mag dan wel een stamboom hebben, de kans is reëel dat hij vroeg of laat te maken krijgt met ernstige gezondheidsproblemen, net omdat hij raszuiver is. Dat veel honden lijden onder hun ras, weten we al langer dan vandaag. Moet het rashondenbeleid van de Vlaamse Overheid strenger? 

De Vlaamse hondenpopulatie

Sinds 1998 moeten alle honden in België verplicht gechipt en geregistreerd worden. Alle gegevens en cijfers worden verzameld in de centrale databank DogID. Op basis daarvan brengt de Vlaamse Overheid jaarlijks de omvang en rassenverdeling van de  Vlaamse hondenpopulatie in kaart. De meest recente cijfers dateren van 2021:

Made withVisme

Hoewel het populairste ras in 2021 de Canis Vulgaris of bastaardhond was, zijn slechts 8,7% van alle geregistreerde honden geen rashond.

Modefenomeen

Meer dan 91% van alle honden die in 2021 in Vlaanderen geregistreerd werden, zijn rashonden. 

Met hun typerende uiterlijk zijn rashonden gefokt naar een officiële rassenstandaard. Die is bepaald door de officiële rassenvereniging en beschrijft de ideale vertegenwoordiger van het ras, op vlak van uiterlijk en gedrag. Op competities en tentoonstellingen gebruiken keurmeesters de standaard om te beoordelen hoe sterk een hond het ideaal benadert. En fokkers streven naar de standaard, want hoe meer een hond raszuiver is, hoe meer prijzen en geld hij kan opbrengen. Maar de obsessie met raszuiverheid en extreme uiterlijke kenmerken bij honden brengt ernstige gezondheidsrisico’s met zich mee.

Al meer dan honderdvijftig jaar zijn we in de ban van “ideale” kenmerken bij de hond. Bekijk de geschiedenis van de rashond in hier een notendop: 

Oorsprong van gezondheidsproblemen

Bij de creatie en optimalisatie van de huidige hondenrassen waren inteeltpraktijken de norm. Ook de competitie heeft dat in de hand gewerkt. Zo werd het sperma van een showhond die meermaals in de prijzen viel vroeger massaal verhandeld, waardoor hij binnen de kortste keren wel vijftig nestjes had. De pups van die reu mochten dan wel gezond zijn, een paar generaties later dook plots een defect op bij heel wat honden in de raspopulatie. Tegenwoordig stellen de rassenclubs grenzen op het aantal nesten dat een dier mag hebben. Maar eigenlijk is het te laat: onze honden zijn genetisch al te nauw verwant. 

Dierenleed in de praktijk

Om na te gaan of rashonden dan ook echt zo erg te lijden hebben,  sprak de redactie met dierenarts Lotte Paijmans. In haar praktijk in Loppem krijgt ze wekelijks zieke rashonden over de vloer. Vaak gaat het om hondjes van hetzelfde ras, met dezelfde gezondheidsproblemen.

Volgens Paijmans zijn baasjes vaak niet bewust dat hun honden echt lijden onder hun specifieke raskenmerken:

Gezondheidsproblemen bij raszuivere honden worden al tientallen jaren aangekaart. Toch zijn er maar weinig bindende maatregelen vanuit de overheid. 

Het rashondenbeleid van de Vlaamse Overheid

De huidige wetgeving voor dierenwelzijn in hondenfokkerijen focust vooral op de levensomstandigheden zoals onderhoud, hygiëne en mishandeling. Maar de wetgeving rond het fokken zelf is beperkt. Welke maatregelen zijn nu al van kracht? Het is verboden om te fokken met dieren die eerste- of tweedegraads verwant zijn. Sinds 2015 is er een lijst van eenentwintig hondenrassen die een aantal verplichte onderzoeken moeten ondergaan. Per ras zijn dat er ongeveer drie à vier. En sinds 2018 is er ook een zwarte lijst met dieren die helemaal niet meer gefokt of verhandeld mogen worden. Daarop staat voorlopig enkel de Schotse vouwoorkat. 

We willen zo weinig mogelijk verbieden. In plaats daarvan werken we aan een structurele oplossing.”

Michaël Devoldere, woordvoerder Ben Weyts

In Nederland zijn de regels strenger. Daar is het fokken met honden met een te korte snuit sinds 2020 verboden. Maar in Vlaanderen willen we zo min mogelijk rassen of raskenmerken verbieden, zegt Michaël Devoldere, woordvoerder van Minister van Dierenwelzijn Ben Weyts: “We willen zo weinig mogelijk verbieden. In plaats daarvan werken we aan een structurele oplossing.” 

In maart 2022 publiceerde het kabinet van Ben Weyts een persbericht. Daarin staat: “Dierenminister Ben Weyts werkt aan een alomvattend fokkerijprogramma voor alle katten en honden in Vlaanderen. De bedoeling is dat pups en kittens op termijn geboren worden zonder erfelijke aandoeningen die welzijns- en gezondheidsproblemen veroorzaken.” In dat programma zal per ras vastgelegd worden welke genetische testen een fokker verplicht moet uitvoeren en wat verantwoorde paringscombinaties zijn. Voor het ontwikkelen van het programma stelde de minister een onderzoeksteam aan met wetenschappers van de UGent en KU Leuven. De redactie sprak met projectleider Evy Beckers.

Fokkerijprogramma

Projectleider Evy Beckers is Master of Veterinary Medicine in de diergeneeskunde voor gezelschapsdieren en doctoreerde eerder al aan de UGent. Ze werkt als postdoctorale projectleider voor de KU Leuven aan het fokkerijprogramma voor rashonden en katten. Ook zij benadrukt het veelvuldig voorkomen van erfelijke gezondheidsaandoeningen bij rashonden: “In vergelijking met mensen bijvoorbeeld, liggen de frequenties bij honden veel hoger.” 

Om de fokprogramma’s uit te werken zijn gegevens nodig: welke aandoeningen voorkomen in een ras en hoe vaak, of ze erfelijk zijn en of je erop kunt testen. “De eerste stap is het creëren van een centrale databank die toegankelijk is voor fokkers en verenigingen, maar ook dierenartsen en het grote publiek”, zegt Beckers. Daarin moeten DNA en testresultaten verzameld worden. Het opstellen van de programma’s zal vervolgens gebeuren op basis van populariteit van het ras. Zo kan het grootste percentage risicohonden eerst aangepakt worden. Dat is nodig, want op de huidige lijst van eenentwintig rassen met verplichte screenings, staan slechts vier van de twintig populairste rassen in Vlaanderen. 

Om te bepalen welke aandoeningen er in de databank moeten komen, baseert Beckers zich op al bestaande wetenschappelijke onderzoeken. Die worden aangevuld met de adviezen van de stuurgroep van het onderzoek. Daarin zitten dierenartsen, verenigingen, fokkers en belangenorganisaties. 

Nog voor het einde van deze legislatuur zal de lijst van eenentwintig worden uitgebreid, op basis van de literatuurstudie van Beckers. Tegen februari 2025 moeten de databank en website voor iedereen toegankelijk zijn. Het is de bedoeling dat de databank steeds met nieuwe gegevens aangevuld wordt. Die zullen ook voortdurend geanalyseerd worden. Op basis daarvan kunnen later nieuwe rassen, aandoeningen en richtlijnen in het fokbeleid worden opgenomen. Op lange termijn kan de databank ook uitgebreid worden naar andere landen. Ook de woordvoerder van Ben Weyts bevestigt die internationale ambities: “Veel mensen kopen hun hondje aan in het buitenland, we moeten dit Europees kunnen aanpakken.”

Kunnen we de klok terugdraaien?

Alle aandoeningen honderd procent uitfokken zal nooit lukken. Maar je kan het welzijn verbeteren en de dieren zo gezond mogelijk maken.”

Evy Beckers, projectleider fokkerijprogramma

Het persbericht van Ben Weyts is ambitieus: “Het is mogelijk om erfelijke aandoeningen veroorzaakt door fokken er weer uit te fokken.” Beckers nuanceert dit: “Genetische diversiteit kun je niet terugfokken. Je zit met de genenpoel die er nu is.” Toch is ze ook optimistisch: “Alle aandoeningen honderd procent uitfokken zal nooit lukken. Maar we kunnen het welzijn verbeteren en de dieren zo gezond mogelijk maken”. Daarom is het belangrijk dat de genetische diversiteit die er nu is, behouden blijft. “We hebben de neiging om te zeggen dat raskenmerken die gezondheidsproblemen geven weg moeten. Maar als we dieren uitsluiten voor de fok, verkleint de genetische populatie nog meer.” 

Een stap in de goede richting

Al jarenlang zijn we ons bewust van de erfelijke problemen bij onze rashonden. Dat daar iets aan gedaan moet worden klinkt dan ook bij verschillende partijen. Het rashondenbeleid dat vandaag van kracht is, schiet tekort. Maar met het structurele fokkerijprogramma dat nu wordt opgesteld, lijkt de Vlaamse Overheid eindelijk werk te maken van een bindend en alomvattend wettelijk kader. Dat moet het dierenleed aanpakken en het welzijn van onze trouwe viervoeters eindelijk verhogen.

Auteurs: Michelle Dobbelaere en Stan Gunst