Oh my God?!

| Dit artikel past in een opdracht voor studenten uit het eerste jaar met als onderwerp creatieve en ondernemende professional.

Kinderen zijn de volwassenen van morgen. Maar hoe zit het met hun geloof? Foto: Laurens Bervoets

 

Religie is overal aanwezig. Niet enkel in religieuze gebouwen, geschriften en lange preken, maar tegenwoordig ook in twitterberichten van 140 tekens. Eveneens in de media gaat er geen dag voorbij of religie wordt wel genoemd. Het is zo sterk aanwezig in de publieke ruimte dat iedereen er wel een mening over heeft. Maar hoe zit het bij kinderen? Hoe zien zij hun God? En sterker: hoe komt het dat ze hem zo voorstellen?
Ontdek het in ons project: Oh my God?!

We trokken naar Daltonschool De Kleine Icarus in Gent en vroegen de leerlingen om iets te tekenen of schrijven over hun god. Achteraf trokken we met het resultaat naar experte Katrien Tonnard.

We laten de kleinsten onder ons aan het woord. In korte filmpjes vertellen de volwassenen van morgen hoe ze God zien én of ze in Hem geloven.

Hoe ziet het Godsbeeld bij kinderen eruit? Kinderen zijn de volwassenen van morgen en dus is het belangrijk om te weten hoe zij denken over religie. Onze experte van dienst is Katrien Tonnard. Zij studeerde godsdienstwetenschappen aan de KU Leuven en specialiseerde zich nadien verder in godsdienstige ontwikkelingspsychologie. Momenteel is ze godsdienstinspectrice van het basisonderwijs voor de regio Gent. Aan de hand van de verschillende tekeningen geeft ze ons meer uitleg over hoe een godsbeeld tot stand komt.

Verschillende leerlingen uit Daltonschool De Kleine Icarus tekenden en schreven over hun god. Foto: Eline De Rycke

Hoe wordt het godsbeeld bij kinderen bepaald?

“Vaak zit geloven verweven binnen de identiteit van een kind. Belangrijk hierbij is wie de ouders zijn, of het kind welkom was, of het kind basisvertrouwen heeft kunnen opdoen, … Als er tijdens deze eerste levensfase ook geloofstaal aan te pas komt vatten kinderen deze taal zeer snel. Via verhalen spelen we met het katholieke onderwijs hierop ook in. We vertellen bijvoorbeeld dat Jezus van elke mens houdt en dat voor God iedereen belangrijk is. Kinderen begrijpen deze verhalen zeer snel omdat ze ook thuis diezelfde ervaring beleven.”

“Wat eigen is aan de jongste kinderen is dat ze participatief geloven met hun vertrouwenspersonen. Een kind staat niet stil bij wat hij of zij gelooft, ze doen gewoon mee met hun ouders. Gaan de ouders naar de kerk? Dan gaat het kind mee. Zijn de ouders aangesloten bij het humanistisch verbond? Dan geeft het kind een vrijzinnig lentefeest. Enerzijds zijn ouders en grootouders belangrijke vertrouwenspersonen. Anderzijds spelen ook leerkrachten een belangrijke rol. Zeker de eerste graad kinderen hecht zich nog vaak aan zijn juf of meester. Af en toe zorgt dit wel eens voor conflicten wanneer er tegenstrijdigheden worden vertelt. Bijvoorbeeld: ‘Mijn mama zegt dat dat allemaal niet waar is, dat Jezus niet bestaat.’ Dit is zeer lastig want zo een jong kind kan dit nog niet plaatsen. De tekening van Ada (8 jaar) is hier een mooi voorbeeld van. Op school krijgt ze islam aangeleerd, maar haar oma geeft haar thuis les Godsdienst. Ze zegt dat ze hierin echt geloofd. Voor haar is haar oma dus een sterkere vertrouwenspersoon dan de leerkracht want ze hecht meer waarde aan wat zij haar vertelt.”

Wat valt er u nog op als u naar de tekeningen kijkt?

“Dat het allemaal zeer menselijke voorstellingen van God zijn. Bijna alle kinderen stellen zich God voor als een mens, of geven hem menselijke eigenschappen. Bij jonge kinderen is dit heel normaal want zij denken sowieso zeer antropomorf, maar het is toch opvallend dat ook twaalfjarigen nog zeer kinderlijke tekeningen maken. Jakob (11 jaar) bijvoorbeeld tekent voor zijn leeftijd een veel te kinderlijk godsbeeld. Hij tekent een menselijke God die zich in de hemel bevind. Met zo een godsbeeld kan je niet volwassen worden. Ook bij Winne (13 jaar) is het straf dat ze op die leeftijd nog zo een letterlijke voorstelling maakt. Er is geen evolutie merkbaar in de godsbeelden en eens volwassen verwerp je ze dan ook zeer snel. Vandaar dat goed godsdienstonderwijs belangrijk is. Het zorgt ervoor dat kinderen een godsbeeld ontwikkelen waarmee ze wel volwassen kunnen worden en wel waarde aan blijven hechten.”

Hoe zien kinderen hun god? Zij geven ons het antwoord. Foto: Eline De Rycke

Zijn er nog leeftijdsverschillen merkbaar?

“Absoluut. Jonge kinderen denken zeer associatief. Ze denken bij wijze van spreken in stukjes en brokjes. Je vertelt iets, dit is een brokje. Je vertelt iets anders, dat is een ander blokje. Kinderen kunnen nog niet zien daar een logisch verband in is. Vandaar dat we kinderen op deze manier met Jezus laten kennis maken. We tonen bijvoorbeeld een prent een hand en dan vertellen we daarbij dat Jezus goede dingen deed met zijn handen. Zo leren kinderen stap voor stap verschillende elementjes van het geloof aan. De tekening van Appianien (9 jaar) is een mooie illustratie van dat associatieve. Ze denkt zeer gekapt. God is leuk; God is lief en soms is God boos. Op deze leeftijd kan ze zich nog geen geheelvisie van zo een God voorstellen. Ze maakt een voorlopige constructie van wat ze op dit moment associeert met geloof.”

“Jonge kinderen associëren ook sterk met wat ze reeds kennen. Louis (9 jaar) is hier het beste voorbeeld van. Hij vergelijkt God met Sinterklaas. Sinterklaas is lief want hij weet welke cadeautjes ik wil. God is ook lief en weet wat ik ook wat ik denk, dus hij lijkt hierop: een oude man met een baard in een lang kleed. Bijna alle jonge kinderen stellen zich God zo voor. Dit komt omdat kinderen tot tien jaar enkel de letterlijke betekenis van dingen kennen, ze hebben maar één taal om zich uit te drukken. Vanaf het vierde leerjaar komt hier verandering in. Op deze leeftijd leren we kinderen spreekwoorden aan en zorgen we ervoor dat ze doorhebben dat er ook een tweede taal bestaat, een symbolische.”

Feriel (11 jaar) en Hélène (12 jaar) zitten reeds in de derde graad en je ziet duidelijk een ontwikkeling in die tekeningen. Zij dachten meer na over de oefening en trokken het klassieke beeld dat hen aangereikt is (nl. God is mannelijk) in twijfel. Een mogelijke verklaring voor vrouwelijke godsbeelden is dat kinderen verwijzen naar personen dat ze kennen, bijvoorbeeld hun mama. Dit is wat we kinderen ook leren: Het goddelijke zit in mensen.”

“Ook bij de tekeningen van de kinderen die Islam volgen is er ontwikkeling merkbaar. In de eerste graad van het basisonderwijs laat men de leerlingen kennismaken met hun geloof. Dit doet men aan de hand van didactische prenten en tekeningen uit kinderboekjes. Het klopt dat men Allah nooit afbeeld. En ook Mohammed tekent men steeds zonder gezicht. Maar elle andere profeten en figuren vind je perfect in zo een boekje terug. In de tweede graad start men met het aanleren van elementen uit de koran. Vandaar dat Beyza (11 jaar), Norah (10 jaar), Zeviu (11 jaar) en Noyan (12 jaar) hun heilig boek tekenden. De Koran is voor Moslims heel belangrijk. Men kan bijvoorbeeld enkel Iman worden indien men het boek in zijn geheel vanbuiten kent. Ook iemand die de Arabische vertaling van het boek beheerst genereerd een hoge status binnen de gemeenschap.  Deze kinderen maken een voorstelling van de koran omdat ze daar op dit moment over leren. Ze weten nu dat het boek een belangrijk middel is om hun Godsdienst te kennen en dat ze daar hun God in kunnen vinden. Bij jongere kinderen zoals Müzyen (9 jaar) merk je dan weer duidelijk dat associatieve. Voor haar heeft de Islam te maken met graag zien, maar ook met bidden want ze tekent de voorwerpen die ze ervoor gebruikt, met de moskee en met verschillende feesten. Zij verwijst nog niet naar de Koran omdat men dat op die leeftijd nog niet echt aanbrengt.”

Kinderen tekenen of schrijven over hun god. Foto: Eline De Rycke

Zie je een verschil in geslacht?

“Jongens hebben vooral interesse in God. Ze kicken op zijn almacht. Het trekt hen aan dat God alles kan. Meisjes neigen meer naar de figuur van Jezus. Die spreekt hen meer aan. Vaak is dit zelfs zeer emotioneel. Vandaar ook dat we in de basisschool nog geen lijdensverhalen vertellen omdat sommige kinderen hier echt van af zouden zien.”

Zijn er veel verschillen tussen de tekeningen van Moslims en die van Christenen?

“Als we naar de manier van tekenen kijken niet. Dit heeft eerder te maken met de ontwikkeling van het kind en niet perse met het geloof. Maar de thema’s zijn natuurlijk anders. Zeviu (11 jaar) tekent over de Ramadan. Ze verwoord het heel mooi. Eindelijk tijd om te vasten schrijft ze. Westerlingen argwanen heel erg over hun vastenperiode. Maar voor veel kinderen is dit net een heel leuke tijd. Overdag is het wel even volhouden want dan mogen ze niet eten en niet drinken maar ’s avonds is het elke avond weer familiefeest. Grootouders, tantes en nonkels , neven en nichten komen op bezoek en dan eten ze samen echt wel lekker hoor. Voor veel kinderen is dit net een unieke periode: ze mogen wat later opblijven, beleven fijne momenten met hun familie en eten ’s avonds ook nog lekker. Binnenin de moslimgemeenschap is er een wel een grote diversiteit. Echt gelovige moslims vinden dat men zich gedurende de Ramadan moet toeleggen op de studie van de koran en ook ’s avonds sober moet eten. Maar niet alle moslims zijn even gelovige moslims. De meerderheid is eerder gematigd en vult die vastenperiode op zijn eigen manier in.”

“Ook Hazol (10 jaar)  maakte een opvallende tekening waarin ze het heeft over de Djinns. Djinns zijn wezens die je naar de hel trekken. Een beetje het tegenovergestelde van Engelen in het Christendom. Ze maken kinderen soms onnoemlijk bang. Kinderen vertellen dan in paniek verhalen over die geesten die allerlei vreselijke dingen met hen gaan doen. Dit is eigenlijk een zeer zorgwekkende tekening want met geloof mag je nooit dreigen. Je mag je kinderen in de opvoeding nooit bang maken voor hun God. Ik ben er bijna zeker van dat haar ouders dit vertelt hebben want anders zouden andere kinderen dit ook schrijven. Het godsdienstonderwijs moet kinderen een positieve boodschap meegeven. Vandaar ook dat de tekening van Marie (11 jaar) mij veel plezier doet. Ze schrijft: God bewonderd je dag en nacht. Dit kind heeft duidelijk in geloofstaal gehoord dat God je graag ziet. Dit is een wezenlijk verschil met vroeger waarin men het had over het alziend oog, God ziet u. Mensen hadden toen ook schrik van die straffende God.”

“Tenslotte valt de tekening van Beyza (11 jaar) ook op. Het tekstje dat ze schreef is zeer aangrijpend. Wat is er gebeurt dat een kind zoiets schrijft? Ze heeft bijna angst voor reacties op haar geloof. Veel mensen realiseren zich dit niet. De onverdraagzaamheid is ongelofelijk groot in Vlaanderen en het effect dat dat heeft op moslims is gigantisch. Ik herinner mij een school waarin een kleuterjuf ontdekte dat ouders niet wouden dat hun kind naast een Turk zat. Ik weet dat dit extreme voorbeelden zijn, maar het gebeurt wel degelijk. Omgekeerd heb je gelukkig ook. Je hebt ouders die hun kinderen bewust naar multiculturele scholen sturen. Maar er is veel onwetendheid waardoor mensen stommiteiten begaan. We moeten verdraagzamer zijn tegenover elkaar.”

De auteur

Laurens Bervoets

Profiel E-mail

Ik ben student journalistiek aan de Arteveldehogeschool in Gent en blijf steeds geboeid door de actualiteit. Alle thema's binnen de actualiteit krijgen mijn volle aandacht, toch durf ik meer 'reisnieuws' in me op de nemen dan sport. Daarnaast ben ik een gepassioneerd reiziger met een voorliefde voor Europa.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *